Een goede generalist kent zijn grenzen

Delen:

“Dag meneer Peter Paul, Ik kreeg van de week een mail van mijn collega. Zij vroeg mij of ik ook mee wilde naar de bijeenkomst in Ede (PPD: 5de jaarcongres De kracht van het sociale wijkteam; 17 mei 2017). Ik had uw naam gelezen bij de introductie. Ik ga er niet heen. Ik maak me namelijk zorgen dat je als generalist aangesteld wordt. Niet iedereen heeft kennis van jeugd, schuldhulpverlening, indicaties etc. Het zijn namelijk expertises, die je ontwikkeld vanuit je achtergrond en werkervaring.

Dit berichtje ontving ik deze dagen van een betrokken, maar ook bezorgde collega. Zij schreef verder het volgende:

Het UWV noemt het vanuit een werkgeversvoucher en opleidingsmogelijkheden een kansrijk beroep. Massaal gaan mensen een opleiding doen als Wmo consulent 2.0..2.01. Als je niet met de doelgroepen hebt gewerkt, snap je het ziektebeeld niet. De meeste medewerkers in een wijk- of gebiedsteam moeten daarnaast ook SKJ geregistreerd zijn. Maar als je geen jeugd is, en je ineens in heftige misbruikzaken terecht komt is dit niet wenselijk voor alle partijen. Daarnaast hebben de gemeenten contracten afgesloten met Zorgaanbieders. Worden die dan niet meer ingeschakeld? Wat heeft een bepaald expertise voor zin om dit dan door te schuiven? Worden de generalisten dan de super mensen voor de vraag van de burgers? Overdenkingen waarvan ik hoop dat u dit wil meenemen op die dag in Ede. Bedankt. Vriendelijke groet, F.”

In mijn reactie op bovenstaand bericht heb ik toegezegd over dit thema zeker (ook) te spreken. En ik beloofde haar een (deze) blog. Omdat ik haar zorg begrijp en tegelijkertijd meen dat er ook sprake is van misverstanden.

De veranderingen in onze samenleving voltrekken zich in hoog tempo. De visies op de ondersteuning en zorg van inwoners voor elkaar en de rol van de overheid daarbij zijn sterk veranderd. Eigen verantwoordelijkheid van inwoners en ‘participatie naar vermogen’ staan bij hulp- en dienstverlening nadrukkelijk centraal. Omdat er tegelijkertijd sprake is van ingrijpende bezuinigingen en verschuivingen in geldstromen betekent dit ook dat gemeenten, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en professionals op zoek moeten naar een daarbij passende invulling van het professioneel handelen. Daarbij wordt vaak gesproken over ‘generalisten’ en ‘generalistisch werken’.

Bij een oppervlakkige beschouwing van deze begrippen dringt al gauw het beeld op van de professional als alleskunner. Iemand die overal verstand van heeft en alles kan fiksen. Dat is een misvatting van jewelste. De generalist is een specialist met een brede kijk. Iemand die met zijn eigen professie als basis een brede blik heeft.  Het is een professional die van vele markten thuis is en die vroegtijdig en integraal een grote verscheidenheid aan problemen kan aanpakken. Tegelijkertijd is het iemand die weet, wanneer hij er een collega bij moet halen.

Als professional in het wijkteam kijk en luister je vanuit een brede invalshoek naar vragen van inwoners. Je zet specialistische kennis van jezelf, je teamgenoten of anderen in als dat nodig is. Een generalistisch werkend team betekent dus niet dat iedereen hetzelfde werk doet. Elk teamlid heeft eigen vakspecifieke expertise. Een wijkverpleegkundige werkt van huis uit anders dan een opbouwwerker of een maatschappelijk werker. In die zin is hun werkwijze specialistisch. Tegelijkertijd werkt je als team volgens een onderling afgesproken werkwijze aan vragen van inwoners. Dat is generalistisch. Samen, met elkaar en met bewoners, kom je tot nieuwe oplossingen en leg je verbindingen.

Zie het wijkteam als een orkest. Dat is een groep van musici die verschillende instrumenten bespelen. Met de erkenning dat een goede violist niet automatisch ook een goede pianospeler is. Een goede dirigent – de generalist – apprecieert alle instrumenten. Met goede samenwerking en de inzet van ieders kwaliteit leidt hij het orkest tot een samenhangende harmonie.

Tegelijkertijd geldt volgens mij wel dat je geen goede specialist bent, als je niet ook breder kunt kijken. Anders gezegd: de goede specialist heeft ook generalistische competenties, zoals het gebruiken of versterken van de eigen kracht en regie van mensen of hun netwerk, integraal werken, verbindingen leggen met en tussen andere werkvelden en specialismes.  In vakjargon spreken wij dan van een T-shaped professional. Iemand die gericht is op het creëren van meerwaarde, die staat voor zichzelf en onderscheidend durft te zijn in samenhang en wederkerigheid met zijn omgeving.

Geen enkele discipline of professional heeft alle deskundigheid in huis om adequaat en effectief te reageren op de soms complexe hulpvragen. Dit vraagt om een eigentijdse professional. Iemand die niet alleen vanuit het eigen referentiekader naar de situatie kijkt, maar dit ook doet vanuit het referentiekader van andere disciplines. Als je daarbij merkt dat je als generalist specifieke kennis of competenties mist, schakel je een van je teamleden in of zoek je een expert op. Je kunt dan doelgerichter werken, sneller tot een oplossing komen en onnodige kosten voorkomen.

Professionals die in de frontlinie werken, zijn in essentie generalisten. Ze hebben kennis van uiteenlopende domeinen en werken met mensen met een verscheidenheid aan behoeften en problemen. Net zoals bijvoorbeeld een huisarts dat doet. Huisartsen hebben een breed perspectief dat veel vergt van hun deskundigheid op het gebied van gezondheid. Maar zij beseffen zich ook dat zij niet alles kunnen of hoeven te weten. En dan halen zij er een specialist bij!

Generalistisch werken of generalist zijn. Het betekent (dus) niet dat je alles zelf moet kunnen of weten. Alles zelf moet doen. De goede generalist doet actief mee in het orkest waarin hij of zij speelt. Ontdekt en gebruikt alle collega’s (instrumenten), de contacten, de inzichten en de adviezen die helpen bij moeilijke beslissingen en situaties.

Hij of zij legt verantwoording af en brainstormt over verschillende ideeën en opties. Het is een duizendpoot ja. Maar gelukkig niet alleen! Een goede generalist weet zijn grenzen te stellen!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

2 gedachten over “Een goede generalist kent zijn grenzen

  1. Die ‘T-shaped professional’ wordt vaak gebruikt. Maar die term wordt een stoplap zodra deze verhuld dat specialisme en generalisme elkaar soms écht uitsluiten. De gebruikte metafoor van het orkest maakt dat meteen duidelijk: zodra de leden van een orkest besluiten om het deuntje mee te spelen zoals zij zelf denken dat het goed is, of zodra zij besluiten om ook de partij van een ander instrument er even ‘bij te doen’, wordt het voor de luisteraars een heel andere uitvoering.

  2. Mij uit het hart gegrepen dit artikel en dus volledig mee eens. Ik ben een specialist in de frontlinie. Werk samen (en vaak goed en prettig) met leden uit wijkteams. Dit kan zo werken omdat ik ook op een door gemeentes voorgefinancierde functie zit. Maar als dat niet zou zijn dan ben ik plots de specialist waar niet zo snel gebruik van gemaakt van zal worden (te duur). Bovendien heeft de generalist als opdracht het vooral met haar team van generalisten allemaal zoveel mogelijk zelf te doen en de ((te) dure) niet eerder in te schakelen dan strikt noodzakelijk. Maar hoe bepaal je dat en wie bepaalt dat en het vertrek punt is bezuinigen. Het moet goedkoper. Daar wil ik nu verder geen oordeel over hebben. Ik zie het als een gegeven van nu, van dit tijdsgewricht van deze politiek, waar we het nu mee moeten doen. Maar het is gebaseerd op aannames maar wie zegt de juiste en wie overziet alle gevolgen ???

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *