Vrijwilligers en het schip van verwachting versus de wal van (on)mogelijkheden

Niet alleen de chimpansees worden met uitsterven bedreigt. Ook de vrijwilliger is een bedreigde soort! Is dat erg? Uitsterven hoort nu eenmaal bij evolutie zou je kunnen zeggen. Dat klopt, en het uitsterven van een soort nu en dan is ook geen ramp. Maar de huidige uitstervingsgolf wordt honderd procent veroorzaakt door een schip vol van verwachtingen dat zonder vaart te minderen afstevent op een kade van onmogelijkheden. Terwijl wij als samenleving eigenlijk afhankelijk zijn van het de vrijwilligers. Zij zijn het fundament van onze transformatie.  Als dat fundament in elkaar klapt, is dat onomkeerbaar.

Boodschappen doen voor een oudere vrouw die het zelf niet meer kan, huiswerkbegeleiding geven aan kinderen uit achterstandswijken, bewoners van een verpleegtehuis helpen bij het eten en knutselen met verstandelijk beperkte mensen die baat hebben bij een dagbesteding. Allemaal taken die onze ouders als vanzelfsprekend deden voor mensen in hun netwerk. Later werden ze onderdeel van betaalde zorg. Waardoor langzaam maar zeker bij onze generatie het beeld ontstond dat dit altijd al door professionals gedaan was. En nu ze in onze huidige samenleving weer terugkomen op het bordje van onszelf voelen wij ons bestolen van en door de verzorgingsstaat.

Het is onderdeel van een ingrijpende verandering van onze samenleving: de overgang van de verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving. De overheid trekt zich steeds meer terug en er wordt een groter beroep op inwoners gedaan. Een belangrijke pijler om de decentralisaties en transformatie binnen het sociaal domein tot een succes te maken is de eigen kracht van mensen. Hun participatie ook als vrijwilliger. En juist de vrijwilliger is een uitstervend ras.

Wat een moeite verenigingen, scholen en instellingen moeten doen om mensen te vinden die hun vrijwillig willen helpen. Bij menige sportvereniging moeten  teams uit de competitie worden gehaald, omdat men geen trainers en leiders voor deze teams kan vinden. En wat dacht je van al die vrijwilligers in de zorg die bij ouderen langs gaan die alleen zijn, die in hospice werken, die in bejaardenhuizen activiteiten doen? Het is dankbaar werk, maar steeds minder mensen willen het doen.

De vrijwilligerssector heeft te maken met grote veranderingen, vooral door de drie grote decentralisaties van zorg, werk en jeugd. Hierdoor is vooral het beroep op vrijwilligers in zorg en welzijn is de laatste jaren gegroeid. Ook worden hogere eisen gesteld aan het werk dat vrijwilligers doen omdat de vragen complexer en langduriger zijn. Voor steeds meer organisaties is het een meer dan grote uitdaging hoe zij hieraan invulling en uitvoering kunnen geven. Niet i de laatste plaats ook door onze afnemende bereidheid om vrijwilligerswerk onbetaald – een kenmerk van vrijwilligerswerk – te verrichten. Het hulpje dat wij in het huishouden inhuren, zodat wij vrijwilligerswerk kunnen doen voor de dagopvang waar ons hulpje haar kind naartoe brengt moet immers ook betaald worden!

Vrijwilligersorganisaties ondervinden inmiddels een enorme druk, omdat zij een groter aantal en complexere hulpvragen ontvangen. Hulpvragen die tot voor kort – dankzij de gouden eeuw die wij beleefden – door professionals in de zorg en welzijn werden opgepakt, komen nu (weer) bij vrijwilligersorganisaties terecht.

De grenzen aan vrijwillige inzet vormen dan ook een vaak terugkerend gespreksonderwerp. Niet alleen vanwege de vraag of een vrijwilligersorganisatie of vrijwilliger de extra gevraagde taak of een meer complexe taak wel aankan. Vaker gaat het om een gebrek aan capaciteit dan om een gebrek aan deskundigheid. Veel vaker doemt de vraag op of wij de gezochte vrijwilliger nog wel kunnen vinden en binden.

Jongeren bijvoorbeeld doen nog maar zelden vrijwilligerswerk. Daar waar zij dat wel doen, is het vaak een zakelijke transactie: ik doe dit in ruil voor…woonruimte, verlaging lidmaatschapskosten, etc. Ook wij ouderen echter staan niet bepaald meer in de rij voor het langdurig doen van vrijwilligerswerk. Een avondje bardienst dragen bij een sportclub, meehelpen bij een spelletjesmiddag in het buurt- of verzorgingshuis, de Vierdaagse meelopen met mensen in een rolstoel. Er is van alles mogelijk. Mits er vrijwilligers zijn! En daar knelt steeds meer de schoen.

De toenemende schaarste aan vrijwilligers maakt dat wij met enige urgentie moeten nadenken over de vraag wanneer het schip van de verwachting wordt gekeerd door de wal van (on)mogelijkheden. Veronderstellen dat het wel goed komt is riskant.

Los van de vraag of vrijwilligers bereid zijn om nieuwe taken op te pakken, zullen wij naar verwachting veel meer oog moeten hebben voor goede condities en voorwaarden. Waarbij wij niet blind kunnen zijn voor de toenemende trend in onze samenleving dat elke prestatie die wij voor en aan elkaar leveren voorzien moet worden van een tegenprestatie. Dat keren wij niet door mensen wild te enthousiasmeren met het beeld van verenigingen, organisaties en instellingen die draaiende gehouden worden door vrijwilligers. Dat vraagt om een bij de huidige tijd passende erkenning van het feit dat vrijwilligers goud waard zijn en dus niet met de loden last van onbetaalbaarheid afgescheept kunnen worden.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *