De manier van kijken maakt het verschil

Met zo’n vierhonderd collega’s hielden op 14 januari 2019 de jeugdhulpwerkers een fluitconcert voor het ministerie van VWS. Verantwoordelijk Minister Hugo de Jonge kwam naar buiten, zei dat hij helemaal achter de jeugdwerkers staat en deelde appelflappen uit. Concrete plannen om de jeugdzorg te redden – het doel van deze actie – bleven uit.

Laat ik het maar eerlijk zeggen. Ik heb tegenstrijdige gevoelens bij deze actie. Ik heb begrip voor het belangrijkste onderwerp: de werkdruk. Veroorzaakt door een teveel aan taken, toenemende zwaarte De constatering dat er wat dit betreft sprake is van een nijpende situatie kan ik onderschrijven. Mede hierdoor kan goede, passende en tijdige jeugdhulp niet meer worden gegarandeerd.

Verder protesteren zij tegen de explosie aan administratieve lasten en kantoortaken als gevolg van de ‘aanbestedingswaanzin’ door gemeenten. Ook bij dat pleidooi sluit ik mij van harte aan. Negentig procent (!) van de contracten voor jeugdhulp en Wmo-voorzieningen besteden gemeenten Europees aan, terwijl dat niet nodig is. Er bestaat simpelweg geen verplichting om jeugdhulp (Europees) aan te besteden. Het ‘aanbestedingsspook’ is een vleesgeworden verzinsel van beheerzuchtige bestuurders en ambtenaren waarbij begrippen als betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit de dekmantel zijn geworden van een ongebreidelde verantwoordingsdrift met alle een lawine aan administratieve struikelstenen als gevolg. Mijn kruistocht daartegen (zie onder andere Alleen de markt groeit, wanneer wij zorg verspillen en De speld op de mouw regeert) krijgt inmiddels stevige bijval van onder ander het Public Procurement Research Centre (PPRC, het Onderzoekscentrum publieke inkoop en opdrachtgeverschap) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi).

Bij een andere oplossing die de jeugdhulpwerkers, de vakbonden en werkgevers voor hun probleem zien heb ik echter forse vraagtekens. De roep om meer geld (750 miljoen euro) is minder logisch dan zij lijkt. Het extra budget, deels bedoeld om de bezuiniging van 450 miljoen terug te draaien die sinds 2015 is opgelegd en deels als extra investering voor de toegenomen vraag naar zorg, beschouw ik als een stap terug in de tijd.  Niet het gebrek aan geld, maar het gebrek aan samenwerking is ons probleem.

Voor onze jeugd geven wij – terecht – miljarden uit. Is het niet aan jeugdgezondheidszorg, dan wel aan onderwijs, sport of jeugdhulp. En allemaal claimen zij dat er te weinig middelen zijn om hun doelstellingen op een adequate manier te bereiken. Het onderwijs bijvoorbeeld heeft een ernstig tekort aan leraren. De jeugdhulp op haar beurt barst uit zijn voegen en het Passend Onderwijs wringt. Er zijn veel gelijkluidende knelpunten, met een overeenkomstige roep om meer geld.  Ik meen dat de oplossing daarin niet ligt. De echte oplossing is samenwerking.

Samenwerking, in termen van het samengaan van deze sectoren, ligt voor de hand. Niet alleen de doelstelling is dezelfde, maar ook de belangen zijn gelijk: het bevorderen dat kinderen (en hun ouders) bij het opgroeien, de opvoeding en het onderwijs op een adequate wijze ondersteund, gestimuleerd en gefaciliteerd worden. Zoveel als mogelijk in en samen met de eigen sociale omgeving.

Mijn pleidooi veronderstelt dat wij nu eens echt werk maken van het op een andere leest schoeien van de zorg voor onze jeugd. Met het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en het probleemoplossend vermogen van ouders en kinderen als doel.

Vaak gaan onderwijs en jeugdhulp over dezelfde jeugdigen. Veel van de problemen spelen namelijk zowel thuis als op school en in de vrije tijd. Door ons stelsel- en beheer-denken worden zij veelal door verschillende diensten en hulpverleners opgepakt. Wij moeten een eind durven maken aan deze trend van versnippering en verkokering. Door een aanpak waarbij er verbinding wordt gemaakt tussen jeugdhulp en het (passend) onderwijs.

Kleinere klassen, minder werkdruk, effectieve aandacht voor ouders en kinderen en minder jeugdzorg. Het valt allemaal te realiseren. Niet met meer geld, maar door bestaande budgetten slimmer toe te delen. Bijvoorbeeld door een belangrijk deel van de jeugdhulp over te hevelen resp. samen te voegen met het onderwijsbudget. Ouders voeden hun jeugdigen immers niet alleen op. De school, voorzieningen als opvang, jeugdwerk en sport dragen eveneens bij aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Die zijn nu – mede door de perverse prikkel van afzonderlijke financieringsstromen – onvoldoende op elkaar gericht.

Kan het? Zeker, als wij elkaar zo gek krijgen het gewoon te doen! (zie ook: Doe eens gek, doe normaal!)

Het risico van meer geld voor de jeugdhulp is dat wij nog meer van hetzelfde blijven doen. Of dat de eisen in de postvakjes van politici en bestuurders belanden. Daarin liggen soortgelijke verzoeken vanuit talloze andere hoeken. Ieder voor zich met goede argumenten onderbouwd. Maar niet alle wensen kunnen ingewilligd, want betaald worden. Juist daarom is ‘de handen ineenslaan’ de beste actie die wij kunnen ondernemen! De jeugdhulp wordt alleen beter als wij het lef hebben om de dominante en heersende benadering (geld als de panacee voor onze problemen) te doorbreken. Als wij samen een omgeving scheppen waar waarbinnen advies en ondersteuning voor ouders, kinderen en jongeren niet alleen vanzelfsprekend, maar ook verbonden aan de eigen leefomgeving is. Zonder dat er direct een label opgeplakt moet of wordt. Als wij daarin slagen kunnen wij in plaats van fluiten naar de (boze) overkant weer fluitend naar en aan ons werk!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *