Het dossier

Zodra iemand cliënt is bij een instelling wordt er een dossier over (!) hem aangelegd.

Er bestaat in de zorg- en welzijnswereld een enorme behoefte alles vast te leggen wat we maar kunnen vastleggen. Want dan pas kun je iemand goed helpen, vinden we. Natuurlijk gaat iedereen zorgvuldig om met al de persoonlijke gegevens, dat spreekt voor zich. Van de andere kant weten we dat het in de praktijk niet altijd zo werkt. In mijn boek sta ik hier uitgebreid bij stil. Met name wat er werkelijk waar is van alle informatie die we zwart op wit zetten. Welke informatie is eigenlijk objectief? Het overgrote deel van een dossier blijkt subjectief en tegelijkertijd leidend bij verdere begeleiding of behandeling van cliënten.

Het dossier suggereert dat iemand werkelijk is zoals het staat opgeschreven. De informatie van een psychiater of gedragskundige wordt daarbij in het algemeen als zeer belangrijk en waar gezien. Als je een universitaire opleiding hebt is de objectieve waarheid van een dossier blijkbaar groter dan wanneer je iemand bent zonder opleiding. Ik waag dit overigens te betwijfelen.

In deze column wil ik een ander aspect van het dossier belichten:

Dat betreft de discussies binnen instellingen of een ‘nieuwe’ hulpverlener een dossier nu wel of niet van te voren moet lezen. De een vindt van wel zodat hij goed voorbereid het eerste contact aan kan gaan en de ander vindt van niet omdat hij een cliënt onbevangen tegemoet wil treden.
Laat ik eens stilstaan bij degene, die het dossier wel van te voren leest;

Hieronder de letterlijke weergave van (een deel uit) het dossier van iemand die binnen een psychiatrische instelling woont.
Vrouw 48 jaar. Gescheiden. Heeft een verstandelijk (?) gehandicapte dochter waar ze bewust geen contact mee wil omdat ze haar wil niet belasten met haar ziek zijn. Mevrouw is als kind meerdere malen seksueel misbruikt. Ze heeft een ernstige persoonlijkheid stoornis; borderline. Verkeert regelmatig in een psychose. Ze woont al 13 jaar binnen onze instelling. Mevr. vraagt enorm veel aandacht.  Ze staat bij iedereen bekend met ernstig shockerend gedrag. Ze heeft al op veel afdelingen gewoond en weet steeds weer opnieuw het leven van andere patiënten en medewerkers tot een hel te maken. Niemand weet meer raad met haar. Mevr. is wilsbekwaam. Ze wil ook altijd de eigen regie hebben.

 

Als je dit zo leest lijkt er weinig positiefs te melden over deze vrouw. Met deze , subjectieve, informatie moet jij je als hulpverlener echt inspannen wil je haar nog als een aardige, normale vrouw kunnen zien.

Toen ik dit las heb ik bij iedere zin uit deze korte beschrijving bewust één hele dag stilgestaan. Ik wilde echt tot me laten doordringen wat dit alles mogelijk voor haar zou kunnen betekenen. Stel dit zou door de deskundigen over mij geschreven zijn?
Na ongeveer een week voelde ik ontzettend veel eenzaamheid, pijn en verdriet.
Zou dit voor haar ook zo zijn?

 

Geert Bettinger

 

http://www.swpbook.com/index.php?action=view&book=1827&mcat=10#.VbkiofntlBc

4 gedachten over “Het dossier

  1. Er is een goede manier om tot een meer realistische rapportage te komen.
    Al lang geleden besloot ik om de cliënt consequent inzage te geven in wat ik over hem/haar geschreven had. Sinds een cliënt 16 jaar geleden bezwaar aantekende tegen sommige stellingen in het verslag, bood ik de mogelijkheid tot correctie.
    Sindsdien overleg ik steeds wat opschrijf. Vooral sinds ik als zelfstandig sociaal professional actief ben, zoek ik altijd overeenstemming met de cliënt over wat er in het dossier komt te staan. Meestal gaat dat heel soepel. Maar ik kan natuurlijk fouten maken, een eigen mening verkondigen en werp geregeld vragen op in mijn verslagen. De cliënt kan er altijd telefonisch, via de mail of in een vervolggesprek op reageren. In overleg voer ik vaak correcties uit. Dat kan soms een moeizaam proces zijn, maar dan komen we ook tot een beter wederzijds begrip.

    1. Ik vind dit een mooi voorbeeld. Ik schrijf in een schrift van een client, houd het puur bij feiten, wat we hebben besproken. Wil ze hier met anderen over praten dan is dat aan haar. Zelf ga ik er graag blanco en onbevooroordeeld in.

    2. Dag Jos, mooi dat je consequent een client inzage geeft in het, door jou geschreven, dossier.
      Dat is al een behoorlijke verbetering t.o.v. de vele dossiers waar een client niets over te zeggen heeft. Blijft natuurlijk wel de vraag hoe je omgaat met inzage en correctie door clienten die niet kunnen lezen of , door een ernstig verstandelijke beperking, niet begrijpen wat er staat.
      Groet,
      Geert

  2. Dit is heel herkenbaar. De dossiers die over bijstandsgerechtigden worden bijgehouden bevatten veel gelijksoortige (voor)oordelen over de cliënten. Met name als het gaat om ‘onaangepast gedrag ‘, de vele re-integratie trajecten die eventueel gevolgd zijn, en af en toe (soms in naïviteit door een cliënt ter beschikking gesteld) zelfs rapportages uit de GGZ. Tijdens een gesprek met een dame van 52 die inderdaad over een duimendik dossier beschikte, zei zij – wijzend op het dossier dat ik nog had mee genomen naar de spreekkamer – sarcastisch: “U weet al alles van me.” Dus zei ik: “Ik weet wat er over U geschreven is, maar eigenlijk weet ik zelf nog niets van U.”

    Ik denk dat ik deze column deel in de LinkedIn groep van de Beroepsvereniging voor Klantmanagers. Want in de discussie over het vakmanschap is de manier van dossiervorming – tegenwoordig gebeurt dat vaak digitaal, met alle risico’s voor privacyschending bovendien – van groot belang.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *