Het probleem met nietsdoen is dat je nooit weet wanneer je ermee moet ophouden

  • Loslaten is niet het probleem; dat is vasthouden

Door Peter Paul J. Doodkorte

Vasthoudend loslaten. Dat is – bij de omvorming van het sociaal domein – de uitdagende opdracht voor overheden. Tegelijkertijd lijkt het op het vragen van het onmogelijke. De overheid houdt weliswaar van participerende burgers, maar vooral als zij er zélf om vraagt. Burgers of organisaties die zelf initiatieven nemen? Dat stuit al gauw op een „regenteske reflex”.

Deze laatste houding van gemeenten staat in schril contrast met de officiële boodschap van de overheid om een grotere maatschappelijke betrokkenheid van burgers, verbonden in een ‘participatiemaatschappij’. De liefde van gemeenten voor participerende burgers en organisaties is erg voorwaardelijk. Zo blijkt. Moeite met (de kunst van) het loslaten blijkt vaak de oorzaak va deze ambivalente houding.

Loslaten is een beladen toverwoord. “Laat het los,” roepen we rond de omvorming van het sociaal domein. Ja, en hoe dan? Loslaten blijkt moeilijk, omdat we soms niet beseffen dat we aan iets vasthouden. Dat klinkt raar, maar gebeurt regelmatig. Je kan makkelijker loslaten als je eerst ziet waar je onbewust aan hecht. Dat zijn alle dingen, situaties en mensen die een emotionele betekenis hebben.

Om dit te verduidelijken, ga ik even uit van het tegenovergestelde; van vasthouden. Vasthouden is ook een emotionele energie. Je hecht belang aan iets of iemand. Die emotie functioneert als de motor voor de beleefde (of gewenste) werkelijkheid. Alles waar jij je sterk bij betrokken voelt – positief dan wel negatief – daar hou je aan vast.

Loslaten is het tegenovergestelde van vasthouden. Als je denkt aan het iets of iemand dat jij los zou willen laten, probeer dan eens na te gaan wat je eigenlijk vast zou willen houden? Waar ben je aan gehecht bij dit iets of iemand? Waar staat dit iets of iemand symbool voor; wat brengt het je? Wat wil je vasthouden? Het antwoord op dit soort van vragen is vaak onthullend: Omdat de stap in het onbekende eng is.

Het probleem van en voor de terugtredende overheid met nietsdoen is dat ze nooit weet wanneer ze ermee moet ophouden. Juist daarom is het fijn vast te houden aan oude patronen en situaties. Dat is zowel vertrouwd als veilig….en het houdt ons belemmerend gevangen.

Inwoners van ons land moeten meer zelf doen! Zonder uitzondering besteden politici en overheden prominent aandacht aan die boodschap. De mensen zijn zelf aan zet stellen zij; met graagte: “Zij moeten hun leven zelf ter hand nemen en organiseren. Dat is wat wij mogelijk (willen) maken.”

Maar, als politici en overheden ‘de burger centraal stellen’ dan hebben zij het nog altijd over inwoners die mogen meepraten. Onderwijl zien zij zichzelf nog steeds als hét gremium dat bepaalt wat daarbij relevant is. Wanneer hun stempel van goedkeuring ontbreekt, telt maatschappelijk initiatief niet (mee). Terwijl de bij hun boodschap zou moeten zijn: de overheid wil graag bijdragen (van toevoegende waarde zijn) aan uw oplossing!

De beweging van zo vasthoudend loslatende overheden kan alleen slagen, wanneer maatschappelijke initiatieven ruimte krijgen om publieke voorzieningen naar eigen inzicht te organiseren. Daarbij moeten politici en overheden proberen de hinderpaal van het ‘gelijkheidsdenken’ te ontwijken. Zij menen te veel en te vaak dat gelijke gevallen altijd gelijk behandeld moeten worden. Een historisch gegroeide verknoping van rechtsstatelijke uitgangspunten van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid en de logica van de verzorgingsstaatzijn daarvoor de bron. Waar de rechtsstaat verschil beschermt, wil de verzorgingsstaat verschil verkleinen.

Het ‘loslaten’ van en in de uitvoering gaat hierdoor al snel gepaard met ‘meer monitoring en controle’. De oorzaak daarvan ligt in het politiek ongemak bij het loslaten van zeggenschap en het besef dat dit tot consequentie kan hebben dat er meer verschil gaat ontstaan wat betreft identiteit, omvang, keuzeaanbod, financiering en kwaliteit. Het effect? Meer beheersing(skosten) en minder eigen kracht!

Samenvattend
De rol van politici en overheden binnen een samenleving die werkt volgens de principes van een participerende overheid is duidelijk nog ‘in ontwikkeling.’ Dat maatschappelijk initiatief in de schijnwerpers staat, heeft nog (te) veel te maken met de normatieve, praktische en financiële grenzen van een in de overheid participerende samenleving. Die maakt op de korte termijn de beheersing van het omvormingsproces – ogenschijnlijk in ieder geval – eenvoudiger. Op de langere termijn echter maakt het inwoners ook afhankelijker, brengt het grote(-re) beheersingskosten met zich en – dat is wellicht het meest schrijnende – het slaat eigen kracht van mensen dood!

Dus. Als het verlangen naar en de boodschap van een terugtredende overheid meer wil zijn dan (bezuinigings-) retoriek, zullen inwoners –meer ruimte voor en (financiële) zeggenschap over het eigen resp. maatschappelijk initiatief moeten krijgen. Dienen zij ruimte te krijgen om publieke voorzieningen naar eigen waarden en inzicht vorm te geven. En ja, dit vereist een fundamenteel andere manier van denken over de positie van de overheid zelf. Een overheid die meer aan de samenleving wil overlaten zal eerst en vooral moeten erkennen dat maatschappelijk initiatief niet (langer) een verlengstuk is van beleid, maar uitgangspunt is voor beleid. Dat vraagt zelfbinding van politiek en overheid. Dat vraagt beperking van ambitie en pretentie. Dat alles is basisvoorwaarde wil de beweging van vasthoudend loslaten tot wasdom komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *