Als je iets wilt pakken, moet je het durven loslaten.

Is het systeem van de jeugdhulp er nog wel voor de jeugdigen en hun ouders? Steeds vaker bekruipt mij het gevoel dat zij ondergeschikt gemaakt zijn of worden aan de economie van het systeem. Het gaat er – zo lijkt het – meer om hoeveel geld het kost of oplevert, niet om wat de mensen ten goede komt.

De jeugdzorg krijgt 613 miljoen euro om de problemen het hoofd te bieden, maar extra geld is niet de oplossing. Ik blijf het zeggen. Jeugdhulp, het is niet ingewikkeld, wij máken het ingewikkeld. Extra middelen helpen alleen als die (tijdelijk extra) financiële middelen worden ingezet om te komen tot structurele verbeteringen! Om dat te bereken moet:

  1. VWS als stelselverantwoordelijke stoppen met ad hoc beleid en pleisters plakken via zakken met geld.
  2. De gemeente als regiehouder stoppen met het aanbestedingscircus en zelf de regie ter hand nemen middels duurzaam partnerschap met partijen die ertoe doen voor de inwoners.
  3. De hulpverlener doen wat nodig is, in het besef dat veel lichte ‘problemen’ zichzelf zullen oplossen, als wij er af kunnen blijven.
  4. De jeugdbescherming het huidige risicomijdende stelsel loslaten om onnodige uithuisplaatsingen te voorkomen en meer gebruik maken van de burgervoogd.

Niet doen wat mogelijk is, maar mogelijk maken wat nodig is om – samen met inwoners van jong tot oud te werken aan een zelf- en samen redzame gemeenschap, waarbij alle inwoners naar vermogen meedoen en meetellen. Zo nodig met tijdige en juiste ondersteuning en middelen op het gebied van opvoeden en opgroeien, participatie, werk, inkomen, welzijn en zorg. Dat is het eenvoudige doel waaraan ik – en velen met mij – dagelijks probeer bij te dragen. Het is zo eenvoudig, maar wat hebben wij het vreemd en ingewikkeld gemaakt! En nee, dat komt niet door de mensen die dag in dag uit keihard bezig zijn met en voor jeugdigen, gezinnen en hun omgeving. Zij maken – gelukkig – vaak nog het werkende verschil.  Het blijkt echter voor de instituties die hen het werken mogelijk moeten maken, oneindig veel moeilijker om eenvoudig te zijn dan om ingewikkeld te zijn.

Het ingewikkelde zit hem in het perverse marktdenken, met een ‘race naar de bodem’ in de hulpverlening als gevolg. Iedereen mag meedingen voor de laagste prijs. Dat circus leidt ook tot sterk stijgende en uiteenlopende overheadkosten; bij gemeenten én aanbieders). De alsmaar hoger oplopende kosten proberen gemeenten te beheersen met nog meer regels en protocollen. Met precies het tegenovergestelde effect. Wij zijn de grip kwijtgeraakt.

De regeldruk – van Toegang tot en met de verantwoording – neemt hierdoor eerder toe. Met handen en voeten geketende professionals moeten zich met lieslaarzen door een moeras van bureaucratie waden om hun werk te kunnen doen. Doorlooptijden (het binnen een vastgestelde tijd afhandelen van een aanvraag) zijn belangrijker dan het goede gesprek over dat wat er speelt en wat het werkende antwoord is. Met als gevolg dat wij veelal symptomen bestrijden, maar het probleem zélf niet oplossen. Complexe gezinnen zijn niet complex vanwege hun (vele) vraagstukken of opgaven, wij noemen hen (misplaatst!) complex, terwijl juist het stelsel dat moet bijdragen aan een passend antwoord, zo complex (en daardoor onnodig duur en ineffectief) is ingericht.

Ruimte voor het échte gesprek over de opgave of uitdaging is er steeds minder. Het stelsel, de inkoop, de beheersing op budgetten: het is allemaal gericht op beheersing in plaats van op oplossende ontwikkelingen. En zo kan het dat kinderen of gezinnen wel toegang krijgen tot zorg, maar geen uitweg wordt geboden. Of dat zij du(urde)re zorg ontvangen die, als er meer maatwerkgericht gewerkt mag worden, effectiever én goedkoper is.

Met als resultaat van dit alles niet de beoogde uitgavendaling, maar juist de ongebreidelde kostenstijging, die gemeenten nu boven de lippen staat. En dan laat ik de boodschap van sommige sectoren – met de jeugd-ggz voorop – dat zij met meer geld, de problemen wel zullen oplossen, nog buiten beschouwing. Vanuit de jeugd-ggz klinkt de luide roep om meer geld al jaren en dat lukt dankzij lobbyisten – gezeteld tot in de Eerste Kamer van ons Parlement – steeds opnieuw, maar gaat wel ten koste van een betere en steviger – en per saldo effectievere – eerste lijn!

Verbeteringen zijn nodig, en (tijdelijk) geld kan daarbij zeker helpen. Maar het systeem waarbinnen wij werken minstens zo complex als de kinderen en/of gezinnen met een al dan niet meervoudige ondersteuningsvraag. Ik bewonder daarom al die mantelzorgers, ervaringsdeskundigen en professionals die ingewikkelde dingen eenvoudig kunnen maken. Die durven uitgaan van de kracht van de gezinnen en professionals, die daadwerkelijk werken vanuit het principe dat elke mens telt en talenten heeft. Dat elke mens wil deugen, meetellen en meedoen. Ik verwacht daarbij overheden en organisaties die omstandigheden creëren die het jeugdigen en gezinnen mogelijk maken om – samen met hun omgeving en waar nodig hulpverleners – op zoek te gaan naar daarbij voor hen passende antwoorden. Die de Toegang faciliteren met passende inkoop en ruimte gevende kaders. En als gemeenschap moeten wij milder reageren op afwijkend gedrag en oplossingen meer zoeken in het normale leven.

De (tijdelijke) extra middelen die gemeenten en instellingen nu krijgen zijn alleen verantwoord en welbesteed als zij worden ingezet voor structurele verbeteringen die hieraan (aantoonbaar) bijdragen. Die bijdragen aan ontregelde (toegang tot) ondersteuning, gebaseerd op ruimte voor de professionals die – op basis van het ‘leg uit en pas toe-principe’ mogen doen wat nodig is, op basis van een duidelijk plan, gebaseerd op vier vragen:

1.            Wat is er met je/jullie gebeurd?

2.            Wat zijn je/jullie kwetsbare en weerbare kanten?

3.            Waar wil(len) je/jullie naar toe?

4.            Wat is daarvoor nodig?

En als deze analyse is gemaakt, spreken wij af wat jeugdigen en/of hun ouders/sociale netwerk zelf doen, wat wij – jeugdige, ouders/sociale netwerk/hulpverleners – samen doen. en wat wij door anderen laten doen. Kortom: niet doorverwijzen, maar verbinden!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte is senior-adviseur bij Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor overheden en organisaties werkzaam binnen het sociaal domein. Meer van zijn blogs en ideeën zijn te vinden op Verruim de horizon, De kracht van het alledaagse en Inspirituals.

  • Dit artikel is geïnspireerd door – en een adhesie aan – de (woordvoeders in) rode draad in het artikel “Is geld de oplossing voor de jeugdzorg? Vijf deskundigen reageren” ( Matthijs van Dam, Zorg & Sociaalweb, 28-04-2021.

  • Peter Paul Doodkorte is een van de (acht) regioadviseurs die samen het landelijk werkende Regioteam Opdrachtgever-/opdrachtnemerschap Wmo en Jeugdwet vormen. Het regioteam opereert namens drie organisaties: Programma Inkoop en Aanbesteden Sociaal Domein, het Ketenbureau i-Sociaal Domein en Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd. Hiermee beschikken de regioadviseurs over een breed palet aan producten en diensten, instrumenten, opleidingen en praktijkvoorbeelden. Daarnaast hebben ze via deze drie organisaties toegang tot een groot netwerk van experts, ervaringsdeskundigen en een rechtstreeks lijntje met ‘Den Haag’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *