De hele dag werk

In de pauze van een cursus, die ik aan medewerkers van een verpleegafdeling gaf, kwam er een man naar mij toe die vroeg wat ik hier deed. We kwamen in gesprek met elkaar.

Hij woonde hier al ruim drie jaar en zei dat hij weinig te doen had de hele dag. Daarom liep hij zo veel mogelijk door het gebouw en hoopte dan iemand tegen te komen met wie hij een praatje kon maken.

Hij, ik noem hem meneer van Vught, vertelde dat hij vroeger bij defensie had gewerkt. ‘Ook gevochten?’ vroeg ik hem. ‘Nee, ik was chef-kok en zorgde er daardoor voor dat anderen konden vechten’, was zijn gevatte antwoord.

Meneer van Vught was 90 jaar en geruime tijd weduwnaar. Hij had twee kinderen. Met de zoon had hij al een hele poos geen contact meer en zijn dochter, die een verstandelijke handicap had, had hij al bijna een jaar niet gezien. Zij woonde al ruim 60 jaar in een grote instelling. Tot voor een jaar ging hij er iedere week naar toe. Van zijn huisarts mocht hij echter geen auto meer rijden, dus kwam het er niet meer van.

Hij miste zijn dochter enorm en wist dat dit ook voor haar heel moeilijk moest zijn.

Meneer van Vught werd emotioneel toen hij over het gemis sprak.

‘Zullen wij er een keer samen naar toe gaan?’ vroeg ik hem spontaan.

Dit aanbod sloeg hij niet af. Meneer van Vught zag zijn kans schoon en vroeg direct wanneer we konden gaan.

Een week later reed ik met hem naar zijn dochter. Hij wist echter niet meer precies waar ze woonde. Wel nog de plaats. Er waren daar meer instellingen waar zijn dochter kon wonen, dus vroegen we bij de eerste instelling of de dochter van meneer van Vught hier woonde. Bij de tweede instelling was het ‘raak’.

De receptie gaf aan dat zij nu op de dagbesteding zou zijn en ze wezen ons de weg over het grote terrein.

Een vriendelijke begeleider, die we toevallig tegenkwamen kende meneer van Vught en werkte zelfs met zijn dochter. Hij had vandaag weliswaar geen dienst maar wilde ons graag naar haar toe brengen.

Toen we de activiteitenruimte binnen kwamen liep meneer van Vught direct op zijn dochter af en zij rende naar hem toe. Ze vlogen elkaar in de armen en de dochter begon luid te schreeuwen. Het was zichtbaar dat ze heel blij waren elkaar weer te zien.

Terwijl beide mensen elkaar snikkend vasthielden kwam een begeleider naar mij toe en zei:’ hier hebben wij straks nog de hele dag werk mee’.

Ik begreep zijn opmerking niet  en wees hem op de liefdevolle omhelzing van vader en dochter. Daar had hij geen oog voor. Hij was al bezig met het moment dat vader weer weg zou gaan en zij de dochter ‘moesten’ opvangen en corrigeren omdat zij ontregeld zou zijn.

Ik kon niets anders uitbrengen dan dat hij daar toch voor betaald werd.

Misschien beter dat vader en dochter elkaar niet meer ontmoeten omdat de begeleiding anders extra werk heeft.

Of een begeleider zoeken die ‘zijn’ cliënt deze ontmoeting werkelijk gunt.

 

Geert Bettinger

Auteur van het boek:’door stil te staan kom je verder’

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *