Een dure plicht en onmogelijke opgave

Uitputting, twijfel, schuldgevoel. Dat opvoeden geen appeltje eitje is, weet ik als (groot)vader heel goed. Toch overviel een gevoel machteloosheid mij toen ik onlangs – in een casus waarbij ik als professioneel hulpverlener betrokken ben – dat het soms niet alleen moeilijk, maar welhaast ondoenlijk is. Dat opvoeden een overweldigende klus is, juist ook bij het ontbreken van een geschikt handelingsrepertoire.

Jorge is een 15-jarige knul en kent een aantal uitdagingen. Thuis wonen is voorlopig geen optie. Hij houdt zich op geen enkele wijze aan afspraken en wil die ook niet maken. Hij blowt. In ieder geval regelmatig, maar signalen rond hem doen het vermoeden rijzen dat er sprake is van verslaving. Dagelijks drugsgebruik en mogelijk participatie in de handel daarin zijn meer dan ernstige vermoedens. Als hij wordt aangesproken op zijn doen en laten, gedraagt hij zich ten opzichte van zijn ouders ronduit agressief.

Jorge is een leuke knul. Slim bovendien en – ondanks alles – een jongen met ambities. De school echter signaleert ook problemen. Jorge is vaak afwezig vanwege hoofdpijn. Hij is er niet als hij er moet zijn, maar is soms wel op of rond school als hij er eigenlijk niet hoeft te zijn.

Toen bleek dat Jorge niet langer thuis kon blijven, gaf hij tegelijkertijd aan dat hij niet naar een crisisopvang of een jeugdgroepen in een jeugdinstelling wilde. Een pleeggezin bleek op korte termijn niet beschikbaar. Dus werd er door het sociaal team in zijn gemeente gezocht naar een gezin waar hij tijdelijk zou kunnen verblijven. Dat werd gevonden en er werden duidelijke afspraken gemaakt. Waaraan Jorge zich aanvankelijk redelijk wist te houden. Na verloop van tijd echter zag ook dit gezin hetzelfde beeld als in de thuissituatie: Jorge wilde (of kon) zich niet aan de gemaakte afspraken houden. Afspraken die – neemt u dat van mij aan – heel normaal zijn voor en jongen van 15 jaar.

Een gezamenlijk overleg van alle betrokkenen – ouders, Jorge, school, gastgezin en de professionele hulpverleners – volgde. Wij zaten rond de tafel met allemaal mensen die Jorge graag zien. Tegelijkertijd bleek Jorge opnieuw een jongen die niet wilde of kon vertellen wat hem bezighield en waarom hij niet aan de gemaakte afspraken wil voldoen. Waarbij het ernstige vermoeden dat Jorge wel wil, maar niet kan voldoen aan de afspraken zich nadrukkelijk opdringt.

Na rijp beraad wordt besloten tot voorlopige plaatsing in een crisisopvang. Hetgeen Jorge beslist niet wil. Waarop hem duidelijk gemaakt wordt dat hij kan kiezen: vrijwillig meewerken en anders komt er een maatregel. In de vorm van een voorlopige onder toezichtstelling (VOTS) en een machtiging uithuisplaatsing.

Ik kon en kan goed meevoelen met de reactie daarop van Jorge: “Hoezo ‘vrijwillig’? De einduitkomst staat immers vast: vrijwillig of niet, jij gaay naar een crisisopvang! Persoonlijk vond en vind ik de beoogde vrijwilligheid ook geen optie. Jorge zou daar uiteindelijk wel voor kiezen, maar slechts met één doel: zelf de regie en vrijheid behouden. Een duidelijk geval van reactance en strategische zelfpresentatie. De gedragsmatige respons van iemand die zijn gedragsvrijheid bedreigd ziet en wil herwinnen.

Uiteindelijk wordt – tegen de wens van Jorge in – besloten tot het aanvragen van een Voorlopige Onder Toezicht Stelling (VOTS) en een machtiging uithuisplaatsing. Eerlijk is eerlijk: dit was ook de inzet waarmee ikzelf het gesprek ben ingegaan. Omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen om een knul van 15 jaar naar de verdoemenis te zien gaan. Omdat hij (nog) niet in staat is de juiste keuzes te maken. Desondanks heb ik na het gesprek een klotegevoel.

Natuurlijk, de dwang is en wordt terecht ingezet. Simpelweg omdat er – mede door de opstelling van Jorge – binnen het vrijwillig kader geen alternatief is. Maar, zo vraag ik mij af, waar blijf ik nu met mijn beleidsinhoudelijke transformatie (investeren in eigen kracht en pedagogische “civil society”) die ervoor moet zorgen dat jeugdzorgproblematiek niet onnodig uit de hand loopt. Die ervoor moet zorgen dat het beroep op dure jeugdzorg zal verminderen? En wat schiet Jorge er per saldo zelf mee op?

Ik wilde Jorge uit de vicieuze cirkel halen die – voor zover ik dat nu kan inschatten – te maken heeft met zijn middelengebruik. Dat vergt een beschermde en liefst besloten omgeving die hem daartegen beschermt. En waar zit Jorge nu? In een open crisisopvanggroep. Waar hij samenwoont met zes jongeren; die allemaal blowen!

De ongemakkelijke waarheid voor mij – en met mij van en voor veel ouders en professionele opvoeders – is,  dat niets of iets doen in kwesties als deze vaak allebei niet mogelijk of adequaat is. Natuurlijk doen wij “het maximale wat nodig is om de veilige ontwikkeling van een bedreigde jeugdige te waarborgen”. Natuurlijk willen wij niet wegkijken.  En tegelijkertijd is er de constatering dat ons repertoire aan opvoedmogelijkheden eigenlijk heel beperkt is. Zeker in de “pubercategorie” is het gevoel van onmacht en tekortschieten rond vragen over agressief gedrag, grenzen stellen en niet naar school willen, niet willen studeren of niet willen werken sterk aanwezig.

Deze pubers de noodzakelijke zorg en begeleiding onthouden is geen optie. Maar de wetenschap dat gedwongen ondersteuning zonder intrinsieke motivatie ook geen duurzaam antwoord zal bieden, geeft je een gevoel van stuurloze onmacht. En dat, terwijl je voor de uitdaging staat om te handelen, om te doen wat nodig is om het gewenste resultaat voor het kwetsbare kind te realiseren en niet te rusten voordat dit resultaat bereikt is.

Jorge heeft mij met de neus op een bijzonder ongemakkelijke waarheid gedrukt: opvoeden is (ook) voor professionals naast een dure plicht soms ook een onmogelijke opgave!

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *