Jij mag niet dood – ik heb je nodig

Nederland telt een te grote groep van mensen die niet meer mee doen in de samenleving. Omdat ze niets meer of heel weinig ‘om handen’ hebben. De effecten van en voor deze ‘vergeten’ groep zijn pervers en onmenselijk. Met voor sommigen een doodswens tot gevolg. Omdat ze zich vooral eenzaam en overbodig voelen en niet afhankelijk willen zijn.

In de discussie rond het thema ‘hulp bij zelfdoding’ en de discussies over ‘voltooid leven’ is mijn standpunt genuanceerd. Ik ben van mening dat mensen zelf de vrijheid moeten hebben om hun leven te beëindigen. Anders wordt dat, wanneer ik (wij) moeten vaststellen dat die wens eigenlijk voortvloeit uit ons doen of laten. Dan vind ik dat wij ons diep moeten schamen en onszelf het recht moeten ontzeggen de deur naar zelfdoding open te zetten. Alsof wij anderen daarmee een dienst bewijzen of een gunst verlenen. Terwijl het feitelijk een schaamlap is voor ons eigen onvermogen en tekortschieten.

Menige wens tot zelfdoding is een terechte aanklacht tegen ons als samenleving, Omdat wij mensen buiten sluiten. Niet zien staan (zie ook: Mevrouw van Zoonen, welzijn op recept) of soms klip en klaar buitensluiten van deelname (zie ook: Denk de droom mee!). En hoe confronterend het ook voor mij en u kan zijn: die groep en het aantal terecht aanklachten is vele malen groter dan wij vermoeden.

Mijn constatering wordt nog wranger, wanneer wij ons tegelijkertijd in allerlei sectoren druk maken over krapte aan personeel. Kinderopvangmedewerkers, tankstationpersoneel, ongediertebestrijders, leraren en leraressen, enzovoort enzoverder.  Wij kunnen ze nauwelijks vinden. Zo leert een eind 2019 gepresenteerde lijst (UWV) van 140 beroepen waarvoor personeelstekort is. Terwijl dus de arbeidsmarkt krap in zijn jasje zit, laten wij ondertussen duizenden mensen letterlijk verpieteren.

Dit soort van krapte – en meer nog, onze omgang ermee – ontwricht onze samenleving. Terwijl wij ons druk maken over de gevolgen van het personeelstekort voor onze economie en welvaart, rennen wij voorbij aan een veel groter risico: de ontmenselijking van onze samenleving als gevolg van de manier waarop de interactie tussen mensen in het dagelijks leven (niet) meer plaatsvindt. Callcenter, ov-chipkaart en zelfscan – nergens mensen: automatisering leidt tot eenzaamheid en ontmenselijking. Het persoonlijke contact wordt teruggedrongen. Overal is hetzelfde patroon zichtbaar. De mens tot mens interactie wordt tot een minimum teruggebracht in een poging om kosten te reduceren.

Wanneer wij het tij niet keren en oog krijgen en houden voor de talenten van alle mensen, op elk moment in hun levensfase, dan zal er binnen afzienbare tijd een afvalverwerkingsbedrijf nodig zijn om de grote hoeveelheid van mensen die ‘kiezen’ voor een voltooid leven af te voeren.

U vindt wellicht ik nu wel erg hard doordraaf. Ik hoop en wens dat. Onwillekeurig echter moest ik tijdens het schrijven van dit artikel terugdenken aan een film die eind jaren zeventig diepe indruk op mij maakte: Soylent Green. Dit is een sciencefictionfilm uit 1973 onder regie van Richard Fleischer. Een film over een (denkbeeldige) samenleving met louter akelige kenmerken waarin men beslist niet zou willen leven en gaat over overbevolking en enkele bijkomende thema’s, zoals euthanasie en kannibalisme. Ik ben ban dat onze doe-het-zelf samenleving leidt tot eenzelfde soort van vervreemding. Zeker, als wij er niet in slagen het tij te keren.

Wanneer wij een grote groep mensen een zinvolle levensvervulling ontzeggen of ontnemen, is dat in hoge mate asociaal. Het veroorzaakt naast bijverschijnselen als onverschilligheid, anonimiteit, frustratie en woede ook een toenemend gevoel van overbodig zijn.  Met als resultaat van deze ontwikkeling de wens om afscheid te nemen van wat iets wat wij allemaal willen: LEVEN!

Waar kom jij je bed voor uit? Wat vind jij echt belangrijk? Wat is de waarde van alles? In onze economie wordt het onttrekken van waarde – het toe-eigenen van winsten, zoals dividenden voor aandeelhouders en bonussen voor bankiers – beter beloond dan het scheppen van waarde: de motor van een gezonde economie en samenleving. Als we ons verziekte kapitalistische systeem radicaal willen veranderen, moeten we nadenken over waar onze welvaart vandaan komt.

Het antwoord? Het antwoord is dat wij elkaar betekenis geven. Niet door te kijken naar wat iemand niet (meer) kan, maar door aandacht te geven aan wat hij of zij wel kan.

De discussie over hulp bij zelfdoding appelleert, net als een programma als “Niet zonder ons” (Omroep MAX), is een appel op u en mij. Om oog te hebben voor alle mensen om ons heen. Die willen meetellen en meedoen. Meer nog dan dat zij de behoefte hebben aan autonomie.

De overheid – en daarmee wijzelf dus – hebben heeft in de basis de taak om ons en onze medemens te beschermen. Dat recht geven wij geen invulling als wij het zelfbeschikkingsrecht rond het sterven regelen als ‘doekje voor het bloeden’ omdat wij het recht op meetellen en meedoen geen inhoud en vorm weten te geven.

  • De auteur, Peter Paul J. Doodkorte, is als senior-adviseur verbonden aan Vondel & Nassau, een landelijk werkend adviesbureau voor sociaal domein en overheden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *